Wet werkelijk rendement box 3 — de plannen vanaf 2028

Op deze pagina

De Wet werkelijk rendement box 3 moet het fictieve rendement vanaf 2028 vervangen door een belasting op wat je vermogen echt oplevert. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, maar de Eerste Kamer nog niet. Het kabinet heeft bovendien een wijziging aangekondigd, een zogeheten novelle. Alles op deze pagina zijn dus plannen, geen vaststaande regels. Hieronder lees je wat er nu op tafel ligt, wat nog onzeker is en wat het betekent voor de jaren waarover je nu tegenbewijs kunt leveren.

Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.

Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.

Wet werkelijk rendement box 3: de stand van zaken

Stand op 31 oktober 2026:

  • 16 mei 2025: het wetsvoorstel (Kamerstuk 36 748) is ingediend.
  • 12 februari 2026: de Tweede Kamer heeft het aangenomen.
  • 30 juni 2026: de Eerste Kamer behandelde het voorstel, maar stelde de stemming uit tot de behandeling van de aangekondigde novelle.
  • 29 september 2026: het kabinet kondigde in een Kamerbrief een novelle aan.
  • 9 oktober 2026: de staatssecretaris schreef dat de dekking wordt aangepast en dat de novelle uiterlijk 2 november 2026 naar de Tweede Kamer gaat.
  • 13 oktober 2026: de Eerste Kamercommissie Financiën besloot de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer af te wachten.

Op 31 oktober 2026 hebben wij nog geen ingediende novelle gevonden. Volgens het kabinet moet de novelle vóór 31 december door de Eerste Kamer zijn. Of dat lukt, is onzeker.

Box 3 nu en de plannen vanaf 2028 Vergelijking tussen box 3 nu en de plannen vanaf 2028 volgens de Wet werkelijk rendement box 3, waarover de Eerste Kamer nog moet stemmen. Belasting over: nu een fictief rendement, straks het werkelijk rendement. Vastgoed: nu forfaitair, straks huur en winst bij verkoop. Vrijstelling: nu een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon in 2026, straks een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro per persoon; de novelle stelt 1.000 euro voor. Verlies: telt nu niet en het rendement is minimaal nul, straks kun je een verlies boven 500 euro verrekenen met latere jaren. Het tarief is in beide gevallen 36 procent. NuPlannen vanaf 2028 forfaitair, met tegenbewijsEerste Kamer stemt nog Belasting over fictief rendement werkelijk rendement Vastgoed forfaitair huur, winst bij verkoop Vrijstelling € 59.357 vermogen p.p. € 1.800 resultaat p.p. in 2026 novelle: € 1.000 Verlies telt niet, minimaal € 0 boven € 500 verrekenen met latere jaren Tarief 36% 36%
Het nieuwe stelsel is nog een plan. De Eerste Kamer moet nog stemmen en het kabinet kondigde een wijziging aan, de novelle. Bedragen volgens de tekst die de Tweede Kamer aannam.

Wat het wetsvoorstel regelt

Dit is de tekst zoals de Tweede Kamer die aannam. De novelle kan dit nog veranderen.

Onderdeel Plan
Start Gepland per 1 januari 2028
Tarief 36%
Hoofdregel Belasting over het werkelijke resultaat: rente, dividend en andere opbrengsten, plus de waardeverandering op basis van de waarde in het economische verkeer, ook als je niet verkoopt
Vastgoed en startende ondernemingen Belasting over de winst pas bij verkoop (vermogenswinstbelasting), plus de lopende huur
Vrijstelling Een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon
Kosten Alleen kosten die uitsluitend zijn gemaakt voor opbrengsten zoals huur of dividend; aan- en verkoopkosten tellen als storting
Schuldrente Telt als negatieve opbrengst
Verlies Alleen het deel van een negatief inkomen boven € 500 is een verlies; dat mag je verrekenen met latere jaren
Timing Kasstelsel: opbrengsten tellen in het jaar dat je ze ontvangt

Voor vastgoed telt de huur als de woning (nagenoeg) het hele jaar verhuurd is, of als de huur hoger is dan de vastgoedbijtelling. In alle andere gevallen rekent het voorstel met een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, naar rato van de tijd.

Verschil met de huidige tegenbewijsregeling

Het grootste verschil: in het voorstel mag het deel van een verlies boven € 500 naar volgende jaren. Bij de huidige tegenbewijsregeling wordt een negatief jaar € 0 en schuift er niets door. Ook kun je in het voorstel bepaalde kosten aftrekken, wat nu helemaal niet mag. Meer over de huidige regels op tegenbewijsregeling box 3.

De aangekondigde novelle

In de Kamerbrief van 29 september 2026 kondigde het kabinet deze wijzigingen aan:

  • per 2028 een belasting op de gerealiseerde winst voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties;
  • per 2030 een volledige vermogenswinstbelasting;
  • per 2028 een heffingsvrij resultaat van € 1.000 in plaats van € 1.800;
  • per 2027 een lager heffingvrij vermogen en een hoger forfait (zie hieronder).

Op 9 oktober 2026 liet het kabinet weten dat de dekking wordt aangepast. De definitieve inhoud is dus nog niet bekend. Volgens het kabinet kunnen banken in ieder geval in het eerste jaar de gegevens nog niet aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Je zult je cijfers dan grotendeels zelf moeten verzamelen.

Wat er in 2027 kan veranderen

Onder de huidige wet blijven het forfait en de tegenbewijsregeling in 2027 gewoon gelden, met een tarief van 36%. Het kabinet stelde voor om in 2027:

  • het heffingvrij vermogen te verlagen naar € 30.846 per persoon (het niveau van 2020);
  • het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt te verhogen.

Ook dit is een voorstel, en omdat de dekking wordt aangepast, kunnen de bedragen nog veranderen. Gaat het door, dan betalen meer mensen box 3-belasting, en kan tegenbewijs vaker lonen.

Wat betekent dit voor nu?

  • De tegenbewijsregeling blijft gelden voor eerdere jaren. Ook als het nieuwe stelsel er komt, kun je over de jaren daarvoor tegenbewijs leveren, binnen de termijnen. Voor 2021 is de uiterste datum 31 december 2026.
  • Komt de nieuwe wet er niet op tijd, dan blijven het forfait en de tegenbewijsregeling langer bestaan. Een volledige vermogenswinstbelasting kan volgens het kabinet niet eerder dan 2030.
  • Bewaar je overzichten. Welke cijfers je in het nieuwe stelsel nodig hebt, hangt af van de novelle. In de tekst van de Tweede Kamer gaat het onder meer om waarden aan het begin en eind van het jaar. De novelle wil financiële instrumenten belasten op de winst bij verkoop, en dan tellen ook aankoopprijs en verkoopopbrengst. Wie jaaroverzichten en aan- en verkoopnota’s bewaart, is op beide voorbereid.

Wat je nu al kunt doen

  1. Kijk of tegenbewijs over 2021 tot en met 2024 voor jou loont, met de gratis check.
  2. Geef 2021 door vóór het eind van 2026 als het loont; zie welke jaren.
  3. Bewaar per jaar je jaaroverzichten van banken, brokers en cryptoplatforms. Zie jaaroverzichten.

Wij werken deze pagina bij zodra er nieuws is over de novelle of de stemming in de Eerste Kamer.

Loont het voor jou?

Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.

Doe de gratis check

Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Wat is de Wet werkelijk rendement box 3?

Een wetsvoorstel voor een nieuw box 3-stelsel vanaf 2028. Je betaalt dan belasting over wat je vermogen echt oplevert, in plaats van over een fictief rendement. Het voorstel is nog niet aangenomen door de Eerste Kamer.

Is de Wet werkelijk rendement box 3 al aangenomen?

Door de Tweede Kamer wel, op 12 februari 2026. De Eerste Kamer heeft nog niet gestemd en wacht op de aangekondigde novelle.

Gaat het nieuwe box 3-stelsel zeker in 2028 in?

Nee. 1 januari 2028 is de geplande datum. Of dat lukt, hangt af van de Eerste Kamer en de novelle. De wet bevat zelf een regeling voor het geval het een andere datum wordt.

Wat is het heffingsvrij resultaat?

In het voorstel het bedrag van je resultaat waarover je geen belasting betaalt: € 1.800 per persoon in de tekst van de Tweede Kamer. De novelle stelt € 1.000 voor.

Mag ik in het nieuwe stelsel kosten aftrekken?

Volgens het voorstel alleen kosten die uitsluitend zijn gemaakt voor opbrengsten zoals huur of dividend. In de huidige tegenbewijsregeling mag je geen enkele kosten aftrekken.

Kan ik over eerdere jaren nog tegenbewijs leveren als het nieuwe stelsel er komt?

Ja. De tegenbewijsregeling blijft gelden voor de jaren vóór het nieuwe stelsel, binnen de gewone termijn van vijf jaar na het belastingjaar.