Werkelijk rendement: voorbeelden met berekening
Op deze pagina
- Rekenvoorbeelden box 3 werkelijk rendement van de Belastingdienst (2025)
- Werkelijk rendement voorbeeld: spaargeld en beleggingen
- Voorbeeld: salaris en uitgaven op je bankrekening (2024)
- Voorbeeld: verhuurde tweede woning
- Voorbeeld: tweede woning voor eigen gebruik en een lening
- Voorbeeld: het heffingvrij vermogen telt niet mee (2023)
- Voorbeeld: verhuurd met huurbescherming (2022)
- Waarom de fictieve bedragen niet altijd kloppen
- Jouw eigen voorbeeld
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Hoe pakt werkelijk rendement in de praktijk uit? Op deze pagina staan de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst en uit de memorie van toelichting bij de wet: voor spaargeld, beleggingen, crypto, fiscale partners en vastgoed. Bij elk werkelijk rendement voorbeeld zie je de berekening, het fictieve rendement en of doorgeven loont.
Zo lees je de voorbeelden. Het fictieve rendement is telkens het bedrag dat de Belastingdienst zelf noemt. De besparing is een indicatie die wij hebben berekend: (fictief rendement − werkelijk rendement) × het box 3-tarief van dat jaar (36% in 2025). Het gaat alleen om het effect in box 3.
Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.
Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.
Rekenvoorbeelden box 3 werkelijk rendement van de Belastingdienst (2025)
| Situatie | Werkelijk rendement | Fictief rendement | Loont het? |
|---|---|---|---|
| Alleenstaand, € 150.000 spaargeld, € 1.875 rente | € 1.875 | € 1.264 | Nee |
| Alleenstaand, € 150.000 spaargeld, € 1.050 rente | € 1.050 | € 1.264 | Ja, ongeveer € 77 |
| Alleenstaand, spaargeld en beleggingen | € 13.500 | € 7.838 | Nee |
| Alleenstaand, alleen crypto | € 22.000 | € 1.238 | Nee |
| Partners, € 350.000 spaargeld, € 3.500 rente | € 1.750 p.p. | € 1.606 p.p. | Nee |
| Partners, € 350.000 spaargeld, € 2.500 rente | € 1.250 p.p. | € 1.606 p.p. | Ja, ongeveer € 128 p.p. |
| Partners, alles bij één partner, spaargeld en beleggingen | € 3.000 | € 5.598 | Ja, ongeveer € 935 |
| Partners, alles bij één partner, met een schuld | € 13.000 | € 3.629 | Nee |
| Partners, verhuurde tweede woning | € 12.300 p.p. | € 6.571 p.p. | Nee |
| Partners, tweede woning voor eigen gebruik en een lening | € 2.000 p.p. | € 6.571 p.p. | Ja, ongeveer € 1.645 p.p. |
In zes van de tien voorbeelden loont het niet. Dat is geen toeval: bij werkelijk rendement telt je hele vermogen zonder heffingvrij vermogen, en waardestijgingen tellen mee, ook als je niets verkoopt.
Werkelijk rendement voorbeeld: spaargeld en beleggingen
Je bent alleenstaand. Je hebt € 100.000 spaargeld met € 1.200 rente. Je beleggingen waren op 1 januari € 150.000 en op 31 december € 160.000 waard. Je kocht voor € 1.200 bij, verkocht voor € 3.000 en ontving € 500 dividend.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente | € 1.200 |
| Dividend | € 500 |
| Waarde 31 december − 1 januari | € 10.000 |
| Aankopen (eraf) | − € 1.200 |
| Verkopen (erbij) | + € 3.000 |
| Werkelijk rendement | € 13.500 |
Het fictieve rendement is € 7.838. Het werkelijke rendement is hoger, dus doorgeven loont niet.
Voorbeeld: salaris en uitgaven op je bankrekening (2024)
Dit voorbeeld uit de memorie van toelichting laat zien waarom gewone stortingen geen rendement zijn. Op 1 januari heb je € 50.000 op de bank en € 50.000 aan aandelen. In het jaar komt er € 45.000 salaris en € 400 rente binnen, en geef je € 40.000 uit. Op 31 december staat er € 55.400 op de bank en zijn je aandelen € 60.000 waard.
- Bankrekening: het werkelijk rendement is de rente, € 400. Salaris en uitgaven heffen elkaar op.
- Aandelen: € 60.000 − € 50.000 = € 10.000.
- Totaal: € 10.400.
Reken je over het hele vermogen, dan kom je op hetzelfde uit: € 115.400 − € 100.000 − € 45.400 binnengekomen + € 40.000 uitgegeven = € 10.000 waardestijging, plus € 400 rente.
Voorbeeld: verhuurde tweede woning
Fiscale partners, ieder de helft. Ze hebben € 150.000 spaargeld met € 2.000 rente, beleggingen die stegen van € 75.000 naar € 77.000, en een woning die ze verhuren zonder huurbescherming voor € 1.500 per maand, waarvan € 200 servicekosten. De WOZ-waarde ging van € 200.000 (peildatum 1 januari 2024) naar € 205.000 (peildatum 1 januari 2025).
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente | € 2.000 |
| Beleggingen | € 2.000 |
| Kale huur: 12 × € 1.300 | € 15.600 |
| WOZ-stijging | € 5.000 |
| Samen | € 24.600 |
| Per persoon | € 12.300 |
Het fictieve rendement is € 6.571 per persoon. Doorgeven loont niet: de huur telt volledig mee, terwijl kosten niet aftrekbaar zijn.
Voorbeeld: tweede woning voor eigen gebruik en een lening
Dezelfde partners, maar ze gebruiken de woning zelf. Ze hebben een lening van € 100.000 waarop ze € 5.000 rente betaalden.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente spaargeld | € 2.000 |
| Beleggingen | € 2.000 |
| WOZ-stijging | € 5.000 |
| Eigen gebruik (in 2025 nihil) | € 0 |
| Betaalde rente | − € 5.000 |
| Samen | € 4.000 |
| Per persoon | € 2.000 |
Hier loont het wel. Let op: de Belastingdienst noemt hier een fictief rendement van € 6.571 per persoon, maar de eigen forfaitberekening van de Belastingdienst geeft voor precies deze bezittingen en schuld € 5.135 per persoon. Met dat bedrag is de besparing ongeveer € 1.128 per persoon in plaats van € 1.645. Vanaf 2026 telt het eigen gebruik wel mee.
Voorbeeld: het heffingvrij vermogen telt niet mee (2023)
Je bent alleenstaand en hebt € 100.000 aan aandelen. Het fictieve rendement is (€ 100.000 − € 57.000) × 6,17% = € 2.653. Je werkelijk rendement was € 2.000. Dat is lager, dus je betaalt belasting over € 2.000. Bij 32% scheelt dat ongeveer € 209.
Voorbeeld: verhuurd met huurbescherming (2022)
Een woning is het hele jaar verhuurd met huurbescherming. De WOZ-waarde ging van € 325.000 naar € 350.000. De huur was € 1.150 per maand op 1 januari 2022 en € 1.200 per maand op 1 januari 2023. Dat is 4,2% en 4,1% van de WOZ-waarde, dus de leegwaarderatio is beide keren 67%.
- Beginwaarde: 67% × € 325.000 = € 217.750
- Eindwaarde: 67% × € 350.000 = € 234.500
- Waardeverandering: € 16.750, plus de kale huur die in 2022 binnenkwam.
Waarom de fictieve bedragen niet altijd kloppen
Wij hebben de fictieve bedragen in de voorbeelden van de Belastingdienst nagerekend met de officiële percentages. Vijf ervan kloppen precies. Bij het crypto-voorbeeld en vier van de partnervoorbeelden komen wij op een ander bedrag uit. Ook de afronding verschilt per voorbeeld.
Vergelijk daarom nooit met een eigen schatting van je fictieve rendement, maar altijd met het bedrag op je laatste aanslag, verminderingsbeschikking of brief.
Jouw eigen voorbeeld
In de rekentool maak je dezelfde berekening met je eigen cijfers, per jaar en voor jullie allebei als je een partner hebt. Meer uitleg vind je op werkelijk rendement berekenen, onroerend goed en partner en schulden.
Loont het voor jou?
Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.
Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.
Bronnen
- Belastingdienst — Rekenvoorbeelden berekening werkelijk rendement
- Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen 2025 (forfaitvoorbeelden)
- Memorie van toelichting, Kamerstuk 36 706, nr. 3
- Forum Fiscaal Dienstverleners — voorbeeld leegwaarderatio
- Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 (versie 2022), art. 17a
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.13 (tarief 2023) en 2025
Veelgestelde vragen
Waar vind ik rekenvoorbeelden van werkelijk rendement?
De Belastingdienst heeft een pagina met rekenvoorbeelden over 2025. Op deze pagina staan die voorbeelden samengevat, aangevuld met voorbeelden uit de memorie van toelichting en van het Forum Fiscaal Dienstverleners.
Hoe bereken ik wat werkelijk rendement mij oplevert?
Trek je werkelijk rendement af van je fictieve rendement en vermenigvuldig het verschil met het box 3-tarief van dat jaar. Is je werkelijk rendement hoger, dan levert het niets op.
Waarom wijkt het fictieve rendement in mijn situatie af van de voorbeelden?
Door je eigen vermogensmix, de verdeling tussen partners en verschillen in afronding. Gebruik altijd het bedrag op je laatste aanslag.
Loont werkelijk rendement met alleen spaargeld?
Soms, als je rente lager was dan het fictieve rendement op je aanslag. Het voordeel is dan meestal klein: in de voorbeelden van de Belastingdienst ongeveer € 77 en € 128 per persoon.
Telt de rente op een lening mee?
Ja, als de lening in box 3 valt, zoals een lening voor een tweede woning. De betaalde rente gaat volledig van je werkelijk rendement af.
Kan ik een rekenvoorbeeld maken met mijn eigen cijfers?
Ja. In de gratis rekentool vul je je eigen bedragen per jaar in en zie je direct of het loont.