Werkelijk rendement: voorbeelden met berekening

Op deze pagina

Hoe pakt werkelijk rendement in de praktijk uit? Op deze pagina staan de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst en uit de memorie van toelichting bij de wet: voor spaargeld, beleggingen, crypto, fiscale partners en vastgoed. Bij elk werkelijk rendement voorbeeld zie je de berekening, het fictieve rendement en of doorgeven loont.

Zo lees je de voorbeelden. Het fictieve rendement is telkens het bedrag dat de Belastingdienst zelf noemt. De besparing is een indicatie die wij hebben berekend: (fictief rendement − werkelijk rendement) × het box 3-tarief van dat jaar (36% in 2025). Het gaat alleen om het effect in box 3.

Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.

Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.

Rekenvoorbeelden box 3 werkelijk rendement van de Belastingdienst (2025)

Situatie Werkelijk rendement Fictief rendement Loont het?
Alleenstaand, € 150.000 spaargeld, € 1.875 rente € 1.875 € 1.264 Nee
Alleenstaand, € 150.000 spaargeld, € 1.050 rente € 1.050 € 1.264 Ja, ongeveer € 77
Alleenstaand, spaargeld en beleggingen € 13.500 € 7.838 Nee
Alleenstaand, alleen crypto € 22.000 € 1.238 Nee
Partners, € 350.000 spaargeld, € 3.500 rente € 1.750 p.p. € 1.606 p.p. Nee
Partners, € 350.000 spaargeld, € 2.500 rente € 1.250 p.p. € 1.606 p.p. Ja, ongeveer € 128 p.p.
Partners, alles bij één partner, spaargeld en beleggingen € 3.000 € 5.598 Ja, ongeveer € 935
Partners, alles bij één partner, met een schuld € 13.000 € 3.629 Nee
Partners, verhuurde tweede woning € 12.300 p.p. € 6.571 p.p. Nee
Partners, tweede woning voor eigen gebruik en een lening € 2.000 p.p. € 6.571 p.p. Ja, ongeveer € 1.645 p.p.

In zes van de tien voorbeelden loont het niet. Dat is geen toeval: bij werkelijk rendement telt je hele vermogen zonder heffingvrij vermogen, en waardestijgingen tellen mee, ook als je niets verkoopt.

Fictief tegenover werkelijk rendement Twee balken. De bovenste is het fictief rendement uit je brief of aanslag. De onderste, kortere balk is je werkelijk rendement. Het verschil tussen de twee, vermenigvuldigd met het box 3-tarief, is wat je terugkrijgt. Het tarief is 31 procent over 2021 en 2022, 32 procent over 2023 en 36 procent over 2024 tot en met 2026. Is je werkelijk rendement hoger, dan verandert er niets. Fictief rendement uit je brief of aanslag Werkelijk rendement wat je echt verdiende Verschil Verschil × box 3-tarief = je teruggave Tarief 31% (2021–2022), 32% (2023), 36% (2024–2026) Werkelijk rendement hoger? Dan verandert er niets.
Je vergelijkt per persoon en per jaar. Alleen als je werkelijk rendement lager is dan het fictief rendement, betaal je minder: het verschil maal het box 3-tarief.

Werkelijk rendement voorbeeld: spaargeld en beleggingen

Je bent alleenstaand. Je hebt € 100.000 spaargeld met € 1.200 rente. Je beleggingen waren op 1 januari € 150.000 en op 31 december € 160.000 waard. Je kocht voor € 1.200 bij, verkocht voor € 3.000 en ontving € 500 dividend.

Onderdeel Bedrag
Rente € 1.200
Dividend € 500
Waarde 31 december − 1 januari € 10.000
Aankopen (eraf) − € 1.200
Verkopen (erbij) + € 3.000
Werkelijk rendement € 13.500

Het fictieve rendement is € 7.838. Het werkelijke rendement is hoger, dus doorgeven loont niet.

Voorbeeld: salaris en uitgaven op je bankrekening (2024)

Dit voorbeeld uit de memorie van toelichting laat zien waarom gewone stortingen geen rendement zijn. Op 1 januari heb je € 50.000 op de bank en € 50.000 aan aandelen. In het jaar komt er € 45.000 salaris en € 400 rente binnen, en geef je € 40.000 uit. Op 31 december staat er € 55.400 op de bank en zijn je aandelen € 60.000 waard.

  • Bankrekening: het werkelijk rendement is de rente, € 400. Salaris en uitgaven heffen elkaar op.
  • Aandelen: € 60.000 − € 50.000 = € 10.000.
  • Totaal: € 10.400.

Reken je over het hele vermogen, dan kom je op hetzelfde uit: € 115.400 − € 100.000 − € 45.400 binnengekomen + € 40.000 uitgegeven = € 10.000 waardestijging, plus € 400 rente.

Voorbeeld: verhuurde tweede woning

Fiscale partners, ieder de helft. Ze hebben € 150.000 spaargeld met € 2.000 rente, beleggingen die stegen van € 75.000 naar € 77.000, en een woning die ze verhuren zonder huurbescherming voor € 1.500 per maand, waarvan € 200 servicekosten. De WOZ-waarde ging van € 200.000 (peildatum 1 januari 2024) naar € 205.000 (peildatum 1 januari 2025).

Onderdeel Bedrag
Rente € 2.000
Beleggingen € 2.000
Kale huur: 12 × € 1.300 € 15.600
WOZ-stijging € 5.000
Samen € 24.600
Per persoon € 12.300

Het fictieve rendement is € 6.571 per persoon. Doorgeven loont niet: de huur telt volledig mee, terwijl kosten niet aftrekbaar zijn.

Woning verkocht in de loop van het jaar: de WOZ-regel Voorbeeld: een woning wordt verkocht op 1 november 2024. De beginwaarde is de WOZ-waarde 2024 van 300.000 euro, met peildatum 1 januari 2023. De eindwaarde is de WOZ-waarde 2025 van 320.000 euro, met peildatum 1 januari 2024. Op de leverdag is de waarde 300.000 plus 20.000 maal 305 van de 366 dagen, dus 316.667 euro. De verkoper heeft een waardestijging van 16.667 euro, de koper van 3.333 euro. De koopprijs speelt geen rol. Woning verkocht op 1 november 2024 BeginWOZ-waarde 2024peildatum 1 januari 2023EindWOZ-waarde 2025peildatum 1 januari 2024 € 300.000€ 320.000 € 316.667 1 november 1 januari31 december Verkoper + € 16.667Koper + € 3.333 Leverdag: 300.000 + 20.000 × 305/366 = € 316.667De koopprijs speelt geen rol.
Voorbeeld uit de memorie van toelichting. Je rekent met de WOZ-waarde van het jaar zelf en die van het jaar erna. Bij verkoop wordt de stijging verdeeld naar het aantal dagen.

Voorbeeld: tweede woning voor eigen gebruik en een lening

Dezelfde partners, maar ze gebruiken de woning zelf. Ze hebben een lening van € 100.000 waarop ze € 5.000 rente betaalden.

Onderdeel Bedrag
Rente spaargeld € 2.000
Beleggingen € 2.000
WOZ-stijging € 5.000
Eigen gebruik (in 2025 nihil) € 0
Betaalde rente − € 5.000
Samen € 4.000
Per persoon € 2.000

Hier loont het wel. Let op: de Belastingdienst noemt hier een fictief rendement van € 6.571 per persoon, maar de eigen forfaitberekening van de Belastingdienst geeft voor precies deze bezittingen en schuld € 5.135 per persoon. Met dat bedrag is de besparing ongeveer € 1.128 per persoon in plaats van € 1.645. Vanaf 2026 telt het eigen gebruik wel mee.

Voorbeeld: het heffingvrij vermogen telt niet mee (2023)

Je bent alleenstaand en hebt € 100.000 aan aandelen. Het fictieve rendement is (€ 100.000 − € 57.000) × 6,17% = € 2.653. Je werkelijk rendement was € 2.000. Dat is lager, dus je betaalt belasting over € 2.000. Bij 32% scheelt dat ongeveer € 209.

Voorbeeld: verhuurd met huurbescherming (2022)

Een woning is het hele jaar verhuurd met huurbescherming. De WOZ-waarde ging van € 325.000 naar € 350.000. De huur was € 1.150 per maand op 1 januari 2022 en € 1.200 per maand op 1 januari 2023. Dat is 4,2% en 4,1% van de WOZ-waarde, dus de leegwaarderatio is beide keren 67%.

  • Beginwaarde: 67% × € 325.000 = € 217.750
  • Eindwaarde: 67% × € 350.000 = € 234.500
  • Waardeverandering: € 16.750, plus de kale huur die in 2022 binnenkwam.

Waarom de fictieve bedragen niet altijd kloppen

Wij hebben de fictieve bedragen in de voorbeelden van de Belastingdienst nagerekend met de officiële percentages. Vijf ervan kloppen precies. Bij het crypto-voorbeeld en vier van de partnervoorbeelden komen wij op een ander bedrag uit. Ook de afronding verschilt per voorbeeld.

Vergelijk daarom nooit met een eigen schatting van je fictieve rendement, maar altijd met het bedrag op je laatste aanslag, verminderingsbeschikking of brief.

Jouw eigen voorbeeld

In de rekentool maak je dezelfde berekening met je eigen cijfers, per jaar en voor jullie allebei als je een partner hebt. Meer uitleg vind je op werkelijk rendement berekenen, onroerend goed en partner en schulden.

Loont het voor jou?

Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.

Doe de gratis check

Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Waar vind ik rekenvoorbeelden van werkelijk rendement?

De Belastingdienst heeft een pagina met rekenvoorbeelden over 2025. Op deze pagina staan die voorbeelden samengevat, aangevuld met voorbeelden uit de memorie van toelichting en van het Forum Fiscaal Dienstverleners.

Hoe bereken ik wat werkelijk rendement mij oplevert?

Trek je werkelijk rendement af van je fictieve rendement en vermenigvuldig het verschil met het box 3-tarief van dat jaar. Is je werkelijk rendement hoger, dan levert het niets op.

Waarom wijkt het fictieve rendement in mijn situatie af van de voorbeelden?

Door je eigen vermogensmix, de verdeling tussen partners en verschillen in afronding. Gebruik altijd het bedrag op je laatste aanslag.

Loont werkelijk rendement met alleen spaargeld?

Soms, als je rente lager was dan het fictieve rendement op je aanslag. Het voordeel is dan meestal klein: in de voorbeelden van de Belastingdienst ongeveer € 77 en € 128 per persoon.

Telt de rente op een lening mee?

Ja, als de lening in box 3 valt, zoals een lening voor een tweede woning. De betaalde rente gaat volledig van je werkelijk rendement af.

Kan ik een rekenvoorbeeld maken met mijn eigen cijfers?

Ja. In de gratis rekentool vul je je eigen bedragen per jaar in en zie je direct of het loont.