Werkelijk rendement box 3 berekenen
Op deze pagina
- Werkelijk rendement box 3 berekenen: de formule
- Hoe bereken je werkelijk rendement box 3, stap voor stap
- Berekening werkelijk rendement box 3: twee voorbeelden
- Werkelijk rendement berekenen: de fouten die het vaakst gemaakt worden
- Wat het formulier zelf uitrekent
- Wanneer de berekening niet loont
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Wil je je werkelijk rendement in box 3 berekenen? Dan tel je per jaar op wat je vermogen echt opleverde: rente, brutodividend en huur, plus de waardeverandering van je bezittingen, min de rente op je schulden. Dat bedrag vergelijk je met het fictieve rendement op je aanslag. Is je werkelijke rendement lager, dan betaal je minder box 3-belasting. Op deze pagina lees je hoe de berekening werkt, waar je de bedragen vindt en welke fouten je moet vermijden.
Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.
Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.
Werkelijk rendement box 3 berekenen: de formule
De wet (afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001) telt twee soorten rendement bij elkaar op, over al je bezittingen en schulden in box 3:
- Direct rendement: rente, brutodividend, kale huur, pacht en andere opbrengsten die je ontving. De rente die je betaalde op schulden in box 3 gaat ervan af.
- Vermogensaanwas: de waarde aan het eind van het jaar, min de waarde aan het begin, min wat je erin stopte (stortingen en aankopen), plus wat je eruit haalde (onttrekkingen en verkopen).
In één regel:
Werkelijk rendement = opbrengsten − betaalde rente + (eindwaarde − beginwaarde − stortingen + onttrekkingen)
Een paar regels die direct volgen uit de wet:
- Ongerealiseerde winst telt mee. Ook als je niets verkocht, telt een koersstijging als rendement. Een koersdaling telt als negatief rendement.
- Kosten zijn niet aftrekbaar. Transactiekosten, beheerkosten, bewaarloon, bankkosten en onderhoud tellen niet. Alleen betaalde rente op schulden in box 3 mag eraf.
- Geen heffingvrij vermogen en geen schuldendrempel. Je rekent met je hele vermogen en al je box 3-schulden.
- Een negatief totaal wordt € 0. Een verlies kun je niet verrekenen met een ander jaar.
- Kasstelsel. Een opbrengst telt in het jaar waarin je hem ontving, en rente die je betaalde in het jaar waarin je betaalde.
Hoe bereken je werkelijk rendement box 3, stap voor stap
Stap 1. Maak een lijst van al je bezittingen en schulden
Neem je aangifte inkomstenbelasting van het jaar erbij. Onder box 3 staan je bankrekeningen, beleggingen, overige bezittingen, onroerende zaken en schulden op 1 januari. Je moet ze allemaal meenemen, en daarnaast alles wat je later in het jaar kreeg, ook als je het vóór 31 december weer kwijt was. Het formulier over 2024 zegt het zo: “Anders dan in uw aangifte, gaat het dus niet alleen om bezittingen en schulden op 1 januari, maar ook die u later in 2024 kreeg.” Lukt het niet om het werkelijk rendement van een deel van je vermogen aannemelijk te maken, dan heb je volgens de Hoge Raad geen recht op herstel.
Tel ook het vermogen van je minderjarige kinderen mee. Dat rendement hoort bij de ouder met gezag, of voor de helft bij elk van beide ouders.
Stap 2. Bank- en spaarrekeningen: de ontvangen rente
Voor een rekening in euro’s is het werkelijk rendement gewoon de ontvangen rente. Je salaris dat binnenkomt en de uitgaven die eraf gaan, heffen elkaar op. Negatieve rente of debetrente telt als min. Bij een rekening in vreemde valuta komt het koersresultaat erbij.
Waar vind je dit bedrag? Op het financieel jaaroverzicht van je bank. Let op het jaar: rente over 2025 die in januari 2026 wordt bijgeschreven, telt voor 2026. Vermeldt je jaaroverzicht de rente met valutadatum 31 december, dan telt hij volgens de Belastingdienst wel voor dat jaar.
Stap 3. Beleggingen: dividend plus waardeverandering
Per beleggingsrekening heb je nodig:
- de waarde op 1 januari en op 31 december;
- het brutodividend en de ontvangen rente (dividendbelasting niet aftrekken);
- het totaal van de aankopen en stortingen;
- het totaal van de verkopen en onttrekkingen.
Rendement = dividend + waarde 31 december − waarde 1 januari − aankopen en stortingen + verkopen en onttrekkingen. Handel je binnen één portefeuille, dan vallen verkopen en herbeleggingen tegen elkaar weg; alleen geld dat de portefeuille in of uit gaat, telt. Meer hierover op werkelijk rendement beleggingen.
Stap 4. Crypto en overige bezittingen
Crypto valt onder overige bezittingen. Je neemt de waarde op 1 januari en 31 december (de koers van je platform), aankopen als storting en verkopen als onttrekking. Opbrengsten uit staking of lending tellen als opbrengst, en de munten die je zo ontvangt tel je daarnaast op bij de stortingen. Anders tel je ze dubbel, want ze zitten ook in je eindwaarde. Zie werkelijk rendement crypto.
Stap 5. Woningen en andere onroerende zaken
Voor een woning in Nederland gebruik je de WOZ-waarde, niet de koopprijs:
- beginwaarde van jaar t = de WOZ-waarde voor jaar t (peildatum 1 januari van het jaar ervoor);
- eindwaarde van jaar t = de WOZ-waarde voor jaar t+1.
Daar tel je de kale huur bij op, dus zonder servicekosten. Eigen gebruik van een tweede woning telt tot en met 2025 als nihil; vanaf 2026 telt het wel mee. Kocht of verkocht je in de loop van het jaar, dan reken je naar rato van de dagen. Alles over vastgoed staat op werkelijk rendement onroerend goed.
Stap 6. Schulden: de betaalde rente
Van het totaal trek je de rente af die je in het jaar betaalde op schulden in box 3. Dat mag volledig, zonder drempel. Je eigenwoningschuld hoort in box 1 en telt hier niet mee.
Stap 7. Tel op en verdeel tussen partners
Tel alles bij elkaar op. Heb je een fiscaal partner, dan is dit jullie gezamenlijke werkelijk rendement. Ieder krijgt daarvan een deel in dezelfde verhouding als jullie de grondslag sparen en beleggen in de aangifte hebben verdeeld. Verdeelden jullie niets, dan krijgt ieder de helft. Is het deel van een partner negatief, dan wordt het € 0. Zie partner en schulden.
Stap 8. Vergelijk met je fictief rendement
Vergelijk je deel met je voordeel uit sparen en beleggen: het fictieve rendement waarover je belasting betaalde. Gebruik het bedrag van je laatste aanslag of verminderingsbeschikking, of uit de brief van de Belastingdienst. De Belastingdienst raadt zelf aan: “Pak altijd de laatste aanslag erbij.” Op de aanslag staat het bedrag bij het onderdeel inkomstenbelasting box 3.
Heb je een fiscaal partner, dan noemt de brief jullie gezamenlijk fictief rendement. Het formulier zet jullie gezamenlijke werkelijk rendement naast dat gezamenlijke bedrag. De Belastingdienst beslist daarna per persoon: jouw deel van het werkelijk rendement tegenover jouw eigen voordeel uit sparen en beleggen. Het kan dus voor de een lonen en voor de ander niet.
Stap 9. Bereken je besparing
Is je werkelijk rendement lager, dan is je besparing ongeveer:
(fictief rendement − werkelijk rendement) × box 3-tarief
| Jaar | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Box 3-tarief | 31% | 31% | 32% | 36% | 36% | 36% |
Dat is alleen het effect in box 3. Een lager box 3-inkomen geeft ook een lager verzamelinkomen, wat kan doorwerken in toeslagen, eigen bijdragen en, vanaf 2025, de algemene heffingskorting.
Berekening werkelijk rendement box 3: twee voorbeelden
Voorbeeld 1: het loont niet (voorbeeld van de Belastingdienst, 2025)
Je bent alleenstaand en hebt € 100.000 spaargeld, met € 1.200 rente. Je beleggingen waren op 1 januari € 150.000 en op 31 december € 160.000 waard. Je kocht voor € 1.200 bij, verkocht voor € 3.000 en ontving € 500 dividend.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente spaargeld | € 1.200 |
| Dividend | € 500 |
| Waardeverandering: 160.000 − 150.000 − 1.200 + 3.000 | € 11.800 |
| Werkelijk rendement | € 13.500 |
| Fictief rendement (volgens de Belastingdienst) | € 7.838 |
Het werkelijke rendement is hoger. Doorgeven levert niets op, maar kost ook niets: het fictieve rendement blijft staan.
Voorbeeld 2: het loont wel (eigen voorbeeld, 2022)
Je bent alleenstaand. Op je spaarrekening van € 40.000 kreeg je € 20 rente. Je beleggingen waren op 1 januari € 200.000 waard en op 31 december € 180.000. Je stortte € 6.000 bij en ontving € 3.000 brutodividend. Stel dat op je aanslag 2022 een voordeel uit sparen en beleggen staat van € 7.000.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente | € 20 |
| Brutodividend | € 3.000 |
| Waardeverandering: 180.000 − 200.000 − 6.000 | − € 26.000 |
| Totaal | − € 22.980 |
| Werkelijk rendement (minimaal € 0) | € 0 |
Je box 3-inkomen gaat van € 7.000 naar € 0. Bij een tarief van 31% scheelt dat ongeveer € 2.170. Het verlies van € 22.980 kun je niet meenemen naar een ander jaar.
Meer uitgewerkte situaties staan op rekenvoorbeelden.
Loont het voor jou?
Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.
Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.
Werkelijk rendement berekenen: de fouten die het vaakst gemaakt worden
- Stortingen als rendement tellen. Zet je € 10.000 op je beleggingsrekening, dan stijgt de waarde, maar dat is geen rendement. Stortingen en aankopen trek je af, opnames en verkopen tel je op.
- Netto dividend invullen. Je vult het brutodividend in, vóór aftrek van dividendbelasting. Ingehouden Nederlandse dividendbelasting blijft gewoon verrekenbaar.
- Kosten aftrekken. Ook al staat er op internet soms iets anders: volgens de Belastingdienst zijn transactie-, beheer- en bankkosten niet aftrekbaar.
- Rente in het verkeerde jaar. Het jaar van ontvangst telt, niet het jaar waarover de rente gaat.
- De koopprijs van een woning gebruiken. Je rekent met WOZ-waarden, en de eindwaarde is de WOZ-waarde van het volgende jaar.
- Rente dubbel tellen. Valt de rente op je beleggingsrekening in de portefeuille zelf (zonder aparte tegenrekening), dan zit hij al in de eindwaarde. Vul hem dan niet nog eens apart in.
- De partnerverdeling vergeten. Het gezamenlijke rendement verdeel je zoals in de aangifte. Herverdelen kan niet in het formulier.
- Vergelijken met een eigen schatting. Rekenvoorbeelden van de Belastingdienst zijn niet altijd na te rekenen. Gebruik het fictieve rendement van je aanslag, niet je eigen berekening.
Wat het formulier zelf uitrekent
In het online formulier Opgaaf werkelijk rendement vul je per rekening, belegging en woning de bedragen in. De Belastingdienst rekent het totaal dan zelf uit en vergelijkt het met je fictieve rendement. Je hoeft de eindsom dus niet zelf te maken. Wel moet je per post de juiste bedragen aanleveren, en daar gaat het vaak mis. Op opgaaf werkelijk rendement lees je per scherm wat er gevraagd wordt.
Wanneer de berekening niet loont
Wees eerlijk tegen jezelf. Het loont meestal niet als:
- je beleggingen in dat jaar flink stegen, zoals in 2021 of 2023;
- je alleen spaargeld had in 2021 of 2022, toen het fictieve rendement op spaargeld bijna nul was;
- je vermogen net boven het heffingvrij vermogen lag: dan was je fictief rendement klein, terwijl je werkelijk rendement over je hele vermogen telt.
De gratis rekentool laat per jaar zien of het loont en welk onderdeel het verschil maakt.
Werkelijk Rendement Rapport
De volledige berekening per jaar, per rekening en per persoon, met invulhulp per veld van het formulier, onderbouwing en pdf.
€ 49 eenmalig, incl. btw. Voor je hele huishouden en alle jaren.
Bronnen
- Wet inkomstenbelasting 2001, afdeling 5.6 (art. 5.25–5.36)
- Wet tegenbewijsregeling box 3, Stb. 2025, 195 en memorie van toelichting, Kamerstuk 36 706, nr. 3
- Belastingdienst — Wat is mijn werkelijk rendement?
- Belastingdienst — Rekenvoorbeelden berekening werkelijk rendement
- Belastingdienst — Welke gegevens geef ik door?
- Belastingdienst — Formulier invullen zonder brief
- Forum Fiscaal Dienstverleners — Vragen en antwoorden opgaaf werkelijk rendement
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je werkelijk rendement in box 3?
Tel per jaar je ontvangen rente, brutodividend en kale huur op. Tel daar de waardeverandering van je bezittingen bij: eindwaarde min beginwaarde, min stortingen en aankopen, plus onttrekkingen en verkopen. Trek de betaalde rente op box 3-schulden af. Is het totaal negatief, dan is je werkelijk rendement € 0.
Telt ongerealiseerde koerswinst mee?
Ja. Ook als je niets verkocht, telt een stijging van de waarde als rendement. Een daling telt als negatief rendement.
Mag ik kosten aftrekken van mijn werkelijk rendement?
Nee. Transactiekosten, beheerkosten, bewaarloon, bankkosten en onderhoud zijn niet aftrekbaar. Alleen de betaalde rente op schulden in box 3 mag eraf. Een investering die een bezitting verbetert, telt als storting; bij een woning gaat alleen de verhoging van de WOZ-waarde door de investering eraf, volgens de beschikking van de gemeente.
Wat als mijn werkelijk rendement negatief is?
Dan wordt je werkelijk rendement € 0 en betaal je over dat jaar geen box 3-belasting. Het verlies kun je niet verrekenen met eerdere of latere jaren.
Welke waarde gebruik ik voor mijn tweede woning?
De WOZ-waarde. Als beginwaarde neem je de WOZ-waarde voor het jaar zelf, als eindwaarde de WOZ-waarde voor het jaar erna. De koopprijs speelt geen rol.
Telt rente die in januari wordt bijgeschreven voor het vorige jaar?
Meestal niet. Rente telt in het jaar waarin je hem ontving. Staat de rente op het jaaroverzicht met valutadatum 31 december, dan telt hij volgens de Belastingdienst wel voor dat jaar.
Waarmee vergelijk ik mijn werkelijk rendement?
Met het voordeel uit sparen en beleggen op je laatste aanslag of verminderingsbeschikking, of het bedrag in de brief van de Belastingdienst. Heb je een fiscaal partner, dan vergelijk je ieders deel met diens eigen fictieve rendement.