Verschil tussen werkelijk en fictief rendement
Op deze pagina
- Wat is fictief (forfaitair) rendement?
- Wat is werkelijk rendement?
- Het verschil tussen werkelijk en fictief rendement op een rij
- Hoe de Belastingdienst ze vergelijkt
- Twee rekenvoorbeelden
- Waarom jouw fictieve rendement anders kan zijn dan je zelf uitrekent
- Wanneer is werkelijk rendement lager?
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Het verschil tussen werkelijk en fictief rendement is simpel gezegd: het fictieve rendement is wat de Belastingdienst aanneemt dat je vermogen opleverde, het werkelijke rendement is wat het echt opleverde. Het fictieve rendement heet ook forfaitair rendement. Was je werkelijk rendement lager, dan mag je dat lagere bedrag laten belasten. Op deze pagina zie je hoe beide worden berekend, waarin ze verschillen en wanneer werkelijk rendement gunstiger is.
Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.
Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.
Wat is fictief (forfaitair) rendement?
Bij het fictieve rendement kijkt de Belastingdienst naar je vermogen op 1 januari. Over elke soort bezitting rekent hij met een vast percentage. Dat percentage staat in de wet of wordt achteraf vastgesteld. Over het deel van je vermogen boven het heffingvrij vermogen betaal je belasting.
Voor 2023 tot en met 2026 (de Overbruggingswet) zijn dit de percentages:
| Jaar | Spaargeld | Overige bezittingen | Schulden | Heffingvrij vermogen p.p. | Tarief |
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 0,92% | 6,17% | 2,46% | € 57.000 | 32% |
| 2024 | 1,44% | 6,04% | 2,61% | € 57.000 | 36% |
| 2025 | 1,37% | 5,88% | 2,70% | € 57.684 | 36% |
| 2026 | 1,28% (voorlopig) | 6,00% | 2,70% (voorlopig) | € 59.357 | 36% |
Voor 2021 en 2022 berekent de Belastingdienst het fictieve rendement op twee manieren en past hij de gunstigste toe. De oude methode werkt met schijven en een vaste verdeling tussen sparen en beleggen. De methode van het rechtsherstel gaat uit van je werkelijke verdeling, met 0,01% (2021) en 0,00% (2022) voor spaargeld en 5,69% en 5,53% voor overige bezittingen.
Wat is werkelijk rendement?
Werkelijk rendement kijkt naar het hele jaar. Je telt op wat je ontving (rente, brutodividend, kale huur), plus de waardeverandering van je bezittingen, min de rente die je betaalde op schulden in box 3. Hoe je dat uitrekent, lees je op werkelijk rendement berekenen.
Het verschil tussen werkelijk en fictief rendement op een rij
| Fictief (forfaitair) rendement | Werkelijk rendement | |
|---|---|---|
| Waar kijkt het naar? | Je vermogen op 1 januari | Wat er het hele jaar gebeurde |
| Rendement | Vast percentage per soort bezitting | Echte rente, dividend, huur en waardeverandering |
| Heffingvrij vermogen | Ja, gaat eraf | Nee, je hele vermogen telt |
| Schulden | Percentage over schulden boven een drempel | Werkelijk betaalde rente, zonder drempel |
| Ongerealiseerde koerswinst | Speelt geen rol | Telt mee |
| Kosten | Spelen geen rol | Niet aftrekbaar |
| Negatief rendement | Wordt nihil | Wordt € 0, geen verrekening met andere jaren |
Hoe de Belastingdienst ze vergelijkt
De vergelijking gebeurt per persoon. Je werkelijk rendement (bij fiscale partners: je deel ervan) wordt gezet naast je voordeel uit sparen en beleggen: het fictieve rendement op je aanslag. Is het werkelijke bedrag lager, dan wordt dat je box 3-inkomen. Is het hoger, dan blijft het fictieve rendement staan. Je betaalt dus nooit meer.
Je besparing is ongeveer: (fictief rendement − werkelijk rendement) × box 3-tarief.
Twee rekenvoorbeelden
Werkelijk rendement is lager (voorbeeld uit de memorie van toelichting, 2023)
Je bent alleenstaand en hebt € 100.000 aan aandelen. Het heffingvrij vermogen is € 57.000. Je fictieve rendement is € 43.000 × 6,17% = € 2.653. Je werkelijk rendement was € 2.000.
Omdat € 2.000 lager is dan € 2.653, betaal je belasting over € 2.000. Bij een tarief van 32% scheelt dat ongeveer € 209. Let op: het heffingvrij vermogen gaat er bij het werkelijke rendement niet af, maar je komt toch lager uit.
Werkelijk rendement is hoger (eigen voorbeeld op basis van de regels, 2023)
Je bent alleenstaand en hebt € 100.000 spaargeld, waarop je € 600 rente kreeg. Je fictieve rendement is (€ 100.000 − € 57.000) × 0,92% = € 395. Je werkelijk rendement van € 600 is hoger. Doorgeven levert niets op.
Dit voorbeeld laat zien waarom het heffingvrij vermogen zo belangrijk is: bij het fictieve rendement gaat het eraf, bij het werkelijke niet. Een vuistregel als “mijn rente was lager dan 0,92% van mijn spaargeld” is daarom niet genoeg. Vergelijk altijd met het bedrag op je aanslag. Zie ook spaargeld.
Waarom jouw fictieve rendement anders kan zijn dan je zelf uitrekent
- Afronding. De rekenvoorbeelden van de Belastingdienst gebruiken niet altijd dezelfde afronding. Het verschil kan enkele tot tientallen euro’s zijn.
- Twee methodes in 2021 en 2022. Voor die jaren geldt de gunstigste van de oude methode en het rechtsherstel.
- Partners. Het fictieve rendement wordt verdeeld zoals jullie de grondslag in de aangifte verdeelden.
Gebruik daarom altijd het fictieve rendement van je laatste aanslag, verminderingsbeschikking of brief. De Belastingdienst zegt zelf: “Pak altijd de laatste aanslag erbij.”
Wanneer is werkelijk rendement lager?
Werkelijk rendement is vaak lager:
- in jaren met koersdalingen, zoals 2022;
- bij een tweede woning voor eigen gebruik tot en met 2025, als de WOZ-waarde weinig steeg;
- bij spaargeld, maar alleen als je ontvangen rente lager was dan het fictieve rendement op je aanslag; met alleen spaargeld komt dat weinig voor;
- bij schulden met veel betaalde rente.
Werkelijk rendement is vaak hoger in sterke beursjaren, bij een hoge spaarrente en bij een vermogen dat maar net boven het heffingvrij vermogen ligt. Per jaar en per situatie verschilt het. Kijk op welke jaren of reken het na met de gratis check.
Loont het voor jou?
Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.
Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.
Bronnen
- Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen met fictief rendement
- Belastingdienst — Met welke percentages is het fictief rendement berekend?
- Belastingdienst — Oude berekening box 3-inkomen
- Belastingdienst — Heffingsvrij vermogen
- Belastingdienst — Wat is mijn werkelijk rendement?
- Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen 2026
- Memorie van toelichting, Kamerstuk 36 706, nr. 3
- Wet rechtsherstel box 3, art. 3
- Regeling Stcrt. 2024, 12218, Stcrt. 2025, 8295 en Stcrt. 2026, 3708
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen werkelijk en fictief rendement?
Fictief rendement is een aangenomen percentage over je vermogen op 1 januari, na aftrek van het heffingvrij vermogen. Werkelijk rendement is wat je vermogen in het hele jaar echt opleverde, over je hele vermogen. Je mag het laagste van de twee laten belasten.
Is fictief rendement hetzelfde als forfaitair rendement?
Ja. Beide woorden worden gebruikt voor het rendement dat de Belastingdienst aanneemt. In de aangifte heet het bedrag “voordeel uit sparen en beleggen”.
Waar vind ik mijn fictief rendement?
Op je definitieve aanslag of verminderingsbeschikking, bij het onderdeel inkomstenbelasting box 3. Ook in je aangifte en in de brief van de Belastingdienst over werkelijk rendement.
Telt het heffingvrij vermogen mee bij werkelijk rendement?
Nee. Bij werkelijk rendement telt je hele vermogen. Daardoor kan werkelijk rendement hoger uitkomen dan het fictieve rendement, ook als je rente laag was.
Waarom klopt mijn eigen berekening van het fictief rendement niet precies?
Door afronding, door de twee methodes in 2021 en 2022 en door de verdeling tussen partners. Gebruik daarom altijd het bedrag van je laatste aanslag.
Kan ik zelf kiezen tussen fictief en werkelijk rendement?
Je kunt je werkelijk rendement doorgeven. De Belastingdienst past dan automatisch het laagste toe. Geef je niets door, dan blijft het fictieve rendement gelden.