Tegenbewijsregeling box 3

Op deze pagina

De tegenbewijsregeling box 3 geeft je het recht om aan te tonen dat je vermogen minder opleverde dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekende. Lukt dat, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement in plaats van over het forfait. De regeling staat in de Wet tegenbewijsregeling box 3, die sinds 19 juli 2025 geldt en terugwerkt tot en met 2017. Op deze pagina lees je wat de wet regelt, voor wie en voor welke jaren, en wat het je in de praktijk oplevert.

Wat is de tegenbewijsregeling box 3?

Box 3 werkte jarenlang met een fictief rendement: de Belastingdienst ging ervan uit dat je vermogen een bepaald percentage opleverde, ongeacht wat er echt gebeurde. De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest van 24 december 2021 dat dit in strijd kan zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In uitspraken van 6 juni 2024 maakte de Hoge Raad duidelijk dat je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was.

De wetgever heeft die rechtspraak vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3 (Staatsblad 2025, 195). De Tweede Kamer nam de wet aan op 12 juni 2025, de Eerste Kamer op 8 juli 2025. De wet geldt sinds 19 juli 2025:

  • voor de jaren 2023 en later via een nieuwe afdeling 5.6 in de Wet inkomstenbelasting 2001;
  • voor de jaren 2017 tot en met 2022 via de Wet rechtsherstel box 3, die naar dezelfde regels verwijst.

Let op het verschil met de Wet werkelijk rendement box 3. Die naam klinkt hetzelfde, maar dat is het geplande nieuwe stelsel vanaf 2028, dat nog niet is aangenomen. De tegenbewijsregeling is de wet die nu geldt, voor de jaren tot dat nieuwe stelsel. Over de plannen lees je meer op box 3 vanaf 2028.

Wat is werkelijk rendement in box 3?

Je werkelijk rendement is wat al je bezittingen en schulden in box 3 samen in een jaar echt opleverden:

  • direct rendement: rente, brutodividend, kale huur, pacht en andere opbrengsten, min de rente die je betaalde op box 3-schulden;
  • vermogensaanwas: de waarde aan het eind van het jaar, min de waarde aan het begin, min stortingen, plus onttrekkingen.

Ook waardestijgingen die je niet hebt verzilverd, tellen mee. De regeling is daarmee in feite een belasting op vermogensaanwas. Kosten mag je niet aftrekken. Is het totaal negatief, dan is je werkelijk rendement € 0.

De berekening stap voor stap staat op werkelijk rendement berekenen.

Hoe de vergelijking werkt

Fictief tegenover werkelijk rendement Twee balken. De bovenste is het fictief rendement uit je brief of aanslag. De onderste, kortere balk is je werkelijk rendement. Het verschil tussen de twee, vermenigvuldigd met het box 3-tarief, is wat je terugkrijgt. Het tarief is 31 procent over 2021 en 2022, 32 procent over 2023 en 36 procent over 2024 tot en met 2026. Is je werkelijk rendement hoger, dan verandert er niets. Fictief rendement uit je brief of aanslag Werkelijk rendement wat je echt verdiende Verschil Verschil × box 3-tarief = je teruggave Tarief 31% (2021–2022), 32% (2023), 36% (2024–2026) Werkelijk rendement hoger? Dan verandert er niets.
Je vergelijkt per persoon en per jaar. Alleen als je werkelijk rendement lager is dan het fictief rendement, betaal je minder: het verschil maal het box 3-tarief.

De wet zegt het zo: als je aannemelijk maakt dat je werkelijk rendement lager is dan je voordeel uit sparen en beleggen, wordt je box 3-inkomen gesteld op je werkelijk rendement. In de praktijk:

  1. Je berekent het werkelijk rendement van je hele huishouden, inclusief fiscaal partner en minderjarige kinderen.
  2. Heb je een fiscaal partner, dan wordt dat bedrag verdeeld in dezelfde verhouding als jullie grondslag in de aangifte.
  3. Per persoon vergelijkt de Belastingdienst het werkelijke deel met het eigen fictieve rendement.
  4. Is het werkelijke rendement lager, dan geldt dat lagere bedrag. Anders blijft het fictieve rendement staan.

Elke euro lager is genoeg; het verschil hoeft niet groter te zijn dan het heffingvrij vermogen. Je voordeel is ongeveer het verschil maal het box 3-tarief: 31% in 2021 en 2022, 32% in 2023 en 36% vanaf 2024.

Doorgeven kost je nooit extra belasting. De Belastingdienst schrijft: “U gaat nooit meer belasting betalen dan wij eerder hebben berekend.”

Voor wie en voor welke jaren

Jaren Wie mag tegenbewijs leveren Route
2017–2020 Alleen wie op tijd bezwaar maakte of om ambtshalve vermindering vroeg, én een brief kreeg Online formulier
2021–2022 Iedereen met box 3-inkomen Formulier Opgaaf werkelijk rendement
2023–2024 Iedereen met box 3-inkomen Formulier Opgaaf werkelijk rendement
2025 en later Iedereen met box 3-inkomen Aangifte inkomstenbelasting

Voor 2017 tot en met 2020 is de groep beperkt. De Hoge Raad oordeelde op 25 juni 2026 dat wie geen bezwaar maakte, over die jaren geen recht op herstel heeft. De Belastingdienst schrijft: “Hebt u geen brief gehad over 1 van deze jaren? Dan mag u uw werkelijk rendement voor deze jaren niet doorgeven.” Meer hierover op bezwaar box 3.

Je hebt altijd een aangifte en box 3-inkomen nodig. Woon je in het buitenland, dan mag je ook tegenbewijs leveren; bij buitenlandse belastingplicht telt alleen het rendement op je Nederlandse bezittingen.

Elk jaar heeft een eigen uiterste datum: vijf jaar na het einde van het belastingjaar.

Voor 2021 moet je opgaaf uiterlijk 31 december 2026 binnen zijn.

Daarna is de termijn van vijf jaar voorbij. Bekijk welke jaren je nog kunt doorgeven.

Alle jaren met hun termijnen staan op welke jaren.

Wat telt mee en wat niet

Telt mee Telt niet mee
Ontvangen rente (in het jaar van ontvangst) Kosten: transactie-, beheer-, bank- en onderhoudskosten
Brutodividend, vóór dividendbelasting Het heffingvrij vermogen
Kale huur, zonder servicekosten De schuldendrempel
Waardeverandering, ook ongerealiseerd Inflatie: rendement telt nominaal
Betaalde rente op box 3-schulden (als min) Verlies uit een ander jaar
Eigen gebruik van een tweede woning, pas vanaf 2026 Eigenwoningschuld (die hoort in box 1)

Twee uitzonderingen op “kosten tellen niet”:

  • Betaalde rente op schulden in box 3 mag volledig van je rendement af.
  • Een investering die een bezitting uitbreidt of verbetert, telt als storting en dus niet als rendement. Bij een woning werkt het anders: daar gaat alleen de verhoging van de WOZ-waarde door de investering eraf, als de gemeente die in een beschikking heeft vastgesteld. Gewoon onderhoud is geen investering.

Bewijslast: wat moet je aannemelijk maken?

Je moet je werkelijk rendement aannemelijk maken. Volgens de memorie van toelichting is dat de normale fiscale bewijslast, niet een zwaardere. In de praktijk betekent dit:

  • Je gebruikt het formulier van de Belastingdienst. Tegenbewijs via een eigen brief is niet geldig.
  • Je kunt geen bijlagen meesturen. De inspecteur kan je later om onderbouwing vragen. Dat mag op elke manier, bijvoorbeeld met je jaaroverzichten.
  • Je moet je hele box 3-vermogen meenemen. Kun je het rendement over een deel niet aannemelijk maken, dan heb je volgens de Hoge Raad geen recht op herstel.

Bewaar dus per jaar je jaaroverzichten, WOZ-beschikkingen en afschriften. Het rapport legt per bedrag vast waar het vandaan komt, zodat je dossier compleet is.

Wat de regeling oplevert, en wat niet

Wat je krijgt: een lager box 3-inkomen, dus minder belasting. Dat lagere inkomen werkt ook door in je verzamelinkomen. Dat kan gevolgen hebben voor toeslagen, eigen bijdragen, de algemene heffingskorting (sinds 2025) en de drempels voor de aftrek van zorgkosten en giften. Vermogenstoetsen, bijvoorbeeld bij toeslagen, veranderen niet.

Wat je niet krijgt:

  • Geen rente over een vermindering na bezwaar of ambtshalve vermindering. Alleen als je opgaaf binnen was vóór de definitieve aanslag, kan onder voorwaarden belastingrente worden vergoed.
  • Geen kostenvergoeding voor alleen het invullen van het formulier.
  • Geen verliesverrekening. Een negatief jaar wordt € 0 en schuift niet door.

Ter indicatie: tot 9 september 2026 zijn 882.297 formulieren ingediend. Van de behandelde formulieren leidden er 403.065 tot een vermindering, gemiddeld ongeveer € 3.425. Bij een klein vermogen is het bedrag vaak veel lager.

Wanneer de regeling je niets oplevert

De regeling helpt alleen als je werkelijk rendement lager was dan het forfait. Dat is lang niet altijd zo. Bij werkelijk rendement telt je hele vermogen zonder heffingvrij vermogen. Had je weinig vermogen boven die vrijstelling, of stegen je beleggingen flink, dan blijft het fictieve rendement vaak gunstiger. Wie alleen spaargeld had, heeft volgens de Belastingdienst maar een kleine kans op voordeel; zie spaargeld.

Met de gratis check zie je per jaar of het loont.

Loont het voor jou?

Met de gratis check zie je in ongeveer 2 minuten of werkelijk rendement doorgeven je waarschijnlijk iets oplevert, en welk onderdeel het verschil maakt.

Doe de gratis check

Zonder account. Je gegevens blijven in je browser.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Wat is de tegenbewijsregeling box 3?

Een wettelijke regeling waarmee je mag aantonen dat je werkelijk rendement in box 3 lager was dan het fictieve rendement. Lukt dat, dan betaal je belasting over het lagere werkelijke rendement.

Sinds wanneer geldt de Wet tegenbewijsregeling box 3?

De wet geldt sinds 19 juli 2025. Ze werkt terug tot en met 1 januari 2023, en via de Wet rechtsherstel box 3 tot en met 2017.

Is de tegenbewijsregeling hetzelfde als de Wet werkelijk rendement box 3?

Nee. De tegenbewijsregeling geldt nu, voor de jaren met een fictief rendement. De Wet werkelijk rendement box 3 is het geplande nieuwe stelsel vanaf 2028. Die is door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet door de Eerste Kamer.

Wat is werkelijk rendement in box 3?

De optelsom van rente, brutodividend, kale huur en andere opbrengsten, plus de waardeverandering van je bezittingen, min de betaalde rente op box 3-schulden. Ongerealiseerde koerswinst telt mee; kosten tellen niet.

Moet ik bewijs meesturen?

Nee, dat kan niet. Je vult het formulier in. De inspecteur kan je daarna vragen je bedragen aannemelijk te maken, bijvoorbeeld met je jaaroverzichten.

Kan tegenbewijs leveren leiden tot meer belasting?

Nee. Is je werkelijk rendement hoger, dan blijft het fictieve rendement staan. Je betaalt nooit meer dan eerder berekend.

Geldt de regeling ook als ik in het buitenland woon?

Ja. Bij buitenlandse belastingplicht telt alleen het werkelijk rendement op je Nederlandse bezittingen en de bijbehorende schulden.